Het Purdue-model is een referentiearchitectuur die industriële netwerken opdeelt in gelaagde zones, van de fysieke procesbesturing op de werkvloer tot de bedrijfs-IT op kantoor. Per zone ligt vast welk verkeer erin en eruit mag, zodat een storing of aanval in de ene laag niet zomaar doordringt tot de volgende. Eerlijk is eerlijk: het model stamt uit een tijd waarin OT-netwerken echt gescheiden waren. Die aanname houdt niet meer, terwijl veel organisaties hun monitoring nog inrichten alsof de muren er nog staan.
Hieronder eerst het model, daarna waar het in de praktijk om draait: monitoringdata uit je OT-omgeving halen zonder die omgeving open te zetten.
Het Purdue-model in vijf niveaus
Het model telt zes lagen, van 0 tot en met 5. Hoe lager het niveau, hoe dichter op het fysieke proces en hoe zwaarder beschikbaarheid weegt.
Tussen niveau 3 en 4 zit in de praktijk nog niveau 3.5: de industriële DMZ, de plek waar IT en OT elkaar gecontroleerd raken, en waar je monitoringvraagstuk zich afspeelt.
|
Niveau |
Wat er draait |
Voorbeeld uit de praktijk |
|---|---|---|
|
0 |
Sensoren en actuatoren |
Druksensor, klep, motor |
|
1 |
PLC’s en RTU’s |
PLC die een ventilator of gemaal aanstuurt |
|
2 |
SCADA en HMI |
Bedieningsscherm in een verkeers- of controlekamer |
|
3 |
MES en historians |
Historian met meetwaarden van een productielijn |
|
3.5 |
Industriële DMZ |
Jump hosts, patchservers, datacollectors |
|
4 |
Bedrijfsnetwerk |
Kantoorapplicaties, e-mail |
|
5 |
Bedrijfs-IT op concernniveau |
ERP, financiële systemen |
Waarom de scheiding tussen IT en OT verdwijnt
Drie ontwikkelingen slopen de klassieke scheiding.
- Cloudconnectiviteit voor remote support. Leveranciers kijken op afstand mee voor onderhoud en storingsanalyse, en elke supportverbinding is een pad dat het model nooit voorzien heeft.
- Industriële IoT. Nieuwe sensoren praten rechtstreeks met een cloudplatform en slaan de lagen simpelweg over.
- De vraag naar OT-data voor bedrijfsbeslissingen. Onderhoudsplanning, energieverbruik, beschikbaarheid: de antwoorden zitten in OT-data, maar de vragen worden op IT-niveau gesteld.
Dat dit geen nicheonderwerp meer is, zie je bij de overheid: de BIO2-communicatie van februari 2026 stond volledig in het teken van OT-security, en de Cybersecurity Implementatierichtlijn (CSIR) geldt daar als dé OT-norm. Wat dat betekent lees je in wat BIO2 vraagt van OT-omgevingen.
Data uit OT halen zonder je OT-netwerk te openen
Hier zit de technische kern: monitoringdata de ene kant op, zonder dat er ooit een verbinding de andere kant op gaat. Drie patronen, goed te combineren.
- Unidirectionele gateways of datadiodes. Hardware die verkeer fysiek maar één richting op laat: data verlaat de OT-zone, niets kan terug. In omgevingen met hoge veiligheidseisen vaak het uitgangspunt.
- Een collector in de DMZ (niveau 3.5). OT-systemen leveren hun data af bij een collector in de tussenlaag; de IT-zone haalt de data daar op. Een directe verbinding tussen beide werelden bestaat niet.
- Een pipeline-laag die filtert, normaliseert en maskeert. Voordat data de IT-zone bereikt, bepaal je wat er doorheen mag en zonder welke gevoelige velden. Een lichte agent zoals Cribl Edge doet dat werk al dicht bij de bron; meer daarover op onze pagina over data filteren en routeren aan de bron.
Wat je wel en niet meet in een OT-omgeving
In OT gedraagt data zich precies omgekeerd aan IT: een laag volume en een hoge criticaliteit per gebeurtenis, waar IT-logs een hoog volume en een lage criticaliteit hebben. Eén afwijkende melding kan een pomp zijn die het begeeft.
Wel meten: asset-inventaris, protocolafwijkingen in bijvoorbeeld Modbus- of DNP3-verkeer, beschikbaarheid van kritieke assets en firmware-versies.
Niet meten: alles wat een IT-SIEM standaard binnenharkt. Detectieregels die in IT prima werken, produceren in OT vrijwel alleen ruis. Detectie bouw je hier op gedrag en afwijking, niet op volume.
IT-monitoring | OT-monitoring | |
|---|---|---|
Datavolume | Hoog, continu | Laag, gebeurtenisgedreven |
Criticaliteit per event | Laag; context bepaalt | Hoog; één event kan uitval betekenen |
Wat je meet | Logs, authenticatie, endpoints, netwerk | Asset-inventaris, protocolgedrag, beschikbaarheid, firmware |
Detectie stuurt op | Correlatie en drempelwaarden | Afwijking van bekend gedrag |
Weegt het zwaarst | Vertrouwelijkheid en integriteit | Beschikbaarheid |
In de praktijk: van tunnelbeheer naar voorspelbare beschikbaarheid
Vialis past dit toe op een tunnel in de A4, onder een start- en landingsbaan van een internationale luchthaven. Bestaande sensordata wordt via Cribl gefilterd en verrijkt, en in Splunk geanalyseerd op patronen die op slijtage wijzen: verhoogd stroomverbruik bij een pomp, oplopende temperaturen, afwijkend ventilatiegedrag. Webhooks starten vervolgacties, zoals het inplannen van onderhoud. Het resultaat is in de operatie duidelijk merkbaar: hogere tunnelbeschikbaarheid, minder ongeplande sluitingen en onderhoud op werkelijke conditie. Lees de volledige case study Vialis (pdf). Hoe je van meten naar onderhoudsbeslissingen komt, lees je in van preventief naar voorspelbaar onderhoud.
Het Purdue-model is niet dood; het is een denkmodel geworden in plaats van een bouwtekening. De grens verschuift naar de vraag welke data haar mag passeren, en wie dat heeft ingericht, wil het zo houden. Dat is het punt waarop het beheer van je monitoringplatform net zo belangrijk wordt als de architectuur zelf.
Veelgestelde vragen
-
OT-data heeft een lage volumesnelheid en een hoge criticaliteit, IT-logs precies omgekeerd. Detectieregels en drempelwaarden die in IT werken, geven in OT vrijwel altijd ruis. En beschikbaarheid weegt in OT zwaarder dan vertrouwelijkheid.
-
Ja. Met een unidirectionele gateway of een collector in de DMZ haal je data uit de OT-zone zonder dat er ooit een verbinding de andere kant op gaat. De data wordt gefilterd en genormaliseerd voordat die de IT-zone bereikt.
-
Als denkmodel wel, als strikte scheiding steeds minder. Cloudconnectiviteit, remote support en industriële IoT doorkruisen de lagen. Het model helpt nog altijd om te bepalen waar je een grens legt en welke data die grens mag passeren.
-
Het Purdue-model is een referentiearchitectuur die industriële netwerken opdeelt in zones, van fysieke procesbesturing op niveau 0 tot bedrijfs-IT op niveau 4 en 5, zodat duidelijk is welk verkeer tussen welke zones is toegestaan.






